De productie van ruwe olie is van belang omdat vooral deze vorm van olie bruikbaar is. Door olie te raffineren kunnen tractors worden aangedreven voor de akkerbouw en kunnen vrachtwagens het voedsel naar de winkels brengen om te verkopen. Door raffinage kan kerosine worden gemaakt. Ruwe olie kan ook geraffineerd worden om brandstof te maken voor machines die aarde verplaatsen om wegen te bouwen. De afgelopen jaren is het gebruikelijk geworden om hoeveelheden van “All liquids” te publiceren, zoals ethanol en vloeibaar aardgas. Deze brandstoffen kunnen worden toegepast wanneer energiedichtheid niet relevant is, maar kunnen niet gebruikt worden om zware machines te laten draaien, nodig in de hedendaagse economie.

In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de situatie op de ruwe oliemarkt, bekeken door de bril van Gail Tverberg, auteur en spreker over energiezaken. Voor haar analyse van de ruwe olieproductie gebruikt Tverberg gegevens van de Amerikaanse Energy Information Agency (EIA) die recent beschikbaar zijn geworden voor het volledige jaar 2021. Voor het eerste kwartaal van 2022 worden schattingen gebruikt op basis van voorlopige informatie voor deze periode.

 

1. De productie van ruwe olie groeide marginaal in 2021

Figuur 1 Wereldproductie ruwe olie op basis van EIA-gegevens tot en met 31 december 2021.

De ruwe olieproductie in 2021 was een teleurstelling voor degenen die hoopten dat de productie snel zou terugveren tot minimaal het niveau van 2019. De wereldproductie steeg in 2021 met 1,4% tot 77 miljoen vaten per dag, na een daling van -7,5% in 2020. Terugblikkend, kunnen we zien dat het hoogste productieniveau werd bereikt in 2018, niet in 2019. De olieproductie in 2021 lag nog steeds 5,9 miljoen vaten per dag onder het niveau van 2018.

Wat betreft de totale stijging van de ruwe olieproductie in 2021, hielp OPEC dit gemiddelde te verhogen met een productietoename van 3,0% in 2021. Rusland droeg ook bij met een stijging van 2,5%. De Amerikaanse productie daalde in 2021 met -1,1%. Bij onderdeel 5 wordt meer informatie verschaft met betrekking tot de productie voor deze groepen.

2. Sinds 1991 laat de groei van de wereldwijde ruwe olieproductie een opmerkelijk constant verband zien met de groei van de wereldpopulatie. De grote uitzondering is de daling van de consumptie in 2020, door de lockdowns die consumptie patronen veranderden.

Figuur 2 Wereldproductie per persoon (capita) op basis van EIA-gegevens tot en met 31 december 2021, samen met bevolkingsschattingen van de VN uit 2019. De door de VN geschatte historische hoeveelheden tot en met 2020 zijn gebruikt; de “lage groei” schatting is gebruikt voor 2021.

Figuur 2 toont aan dat, tot en met 2018, elke persoon in de wereld een gemiddelde hoeveelheid van 4.0 vaten per jaar consumeerde. Dit is gelijk aan 168 Amerikaanse gallons of 636 liter ruwe olie per jaar. Veel van deze ruwe olie wordt gebruikt door bedrijven en overheden om de basisgoederen te produceren die we verwachten van de economie, zoals voedsel en wegen.

Er was een grote daling in 2020 met de COVID lockdowns. Veel mensen begonnen vanaf thuis te werken en internationaal reizen werd afgeschaald. Hierdoor daalde het wereldwijde gebruik van ruwe olie. Veranderingen zoals deze verklaren de grote dip in ruwe olieproductie (en consumptie) in 2020, welke werd voortgezet in 2021.

Al in 2019 deed de wereldeconomie een stap terug. Vroeg in 2018 stopte China met de import van veel type materialen voor recycling, en andere landen volgden snel. Als gevolg hiervan was minder olie nodig om de materialen over de oceaan te transporteren voor recycling (subsidies voor recycling droegen bij aan het betalen voor deze olie). Door het verlies aan recycling en andere mogelijkheden om geld te verdienen, vooral in China en India, konden minder mensen in deze landen een auto of smartphone kopen. Een lagere productie van deze apparaten droeg bij aan een lager gebruik van ruwe olie.

In figuur 2 is er een kleine jaar-op-jaar variatie te zien in ruwe olie per persoon. Het hoogste jaar over de getoonde periode is 2005, met 2004 niet ver daar achter. Dit was rond de tijd dat veel mensen dachten dat de conventionele olieproductie ‘gepiekt’ was, waardoor de beschikbaarheid van de goedkoop-te-produceren vaten afnam.

3. Ruwe olieprijzen belandden in een vrije val toen de economieën begin maart 2020 werden bevroren. Prijzen begonnen sterk op te lopen in de zomer en herfst van 2021, toen de wereldeconomie weer openging. Dit patroon doet vermoeden dat het echte probleem het krappe olieaanbod is wanneer de economie niet kunstmatig beperkt wordt door Orwelliaanse maatregelen.

Figuur 3 Gemiddelde wekelijkse Brent olieprijs in grafiek van EIA, tot en met 8 april 2022. Hoeveelheden zijn niet aangepast voor inflatie.

Een analyse van prijstrends suggereert dat de meeste van de recente spikes in de olieprijs door krapte van het olieaanbod worden veroorzaakt, in plaats van door het conflict in Oekraïne. De Brent olieprijs daalde naar een gemiddelde van $14,24 in de week die eindigde op 24 april 2020, niet lang nadat de COVID beperkingen waren opgelegd. Toen de economie weer openging in de week die eindigde op 2 juli 2021, steeg de gemiddelde prijs naar $76,26. In de week die eindigde op 28 januari 2022, was de gemiddelde prijs gestegen tot $90,22. Rusland viel Oekraïne binnen op 24 februari 2022. Op 23 februari 2022 was de Brent spotprijs $99,29. De Brent prijs liep in korte tijd sterk op, met een wekelijks gemiddelde zo hoog als $123,60, voor de week die 25 maart 2022 eindigde. De huidige Brent olieprijs is ongeveer $107. Als we de huidige prijs vergelijken met de prijs van voor de invasie, is deze slechts $8 hoger. Vergeleken met het wekelijkse gemiddelde van $90,22 op 28 januari, staat de prijs nu $17 hoger.

De bewering dat de invasie in Oekraïne de oorzaak is van de huidige hoge prijs, is vooral een handig excuus, suggererend dat de hoge prijs vanzelf verdwijnt als het conflict stopt. De bittere waarheid is dat door uitputting de kosten van extractie stijgen. Overheden van olie-exporterende landen hebben ook een hoge prijs nodig om hoge belastingen te kunnen heffen op geëxporteerde olie. In toenemende mate is er een conflict gaande tussen de prijs die de klant kan betalen en de prijs die vereist wordt voor extractie toenemen. Volgens Tverberg hebben de meeste exporterende landen een prijs nodig van boven de $120 per vat om aan alle wensen tegemoet te komen, inclusief herinvestering en belastingen. Consumenten geven de voorkeur aan een olieprijs onder $50 per vat om de prijs van voedsel en transport laag te houden.

4. Voedselprijzen zijn geneigd toe te nemen als olieprijzen hoog zijn, omdat producten die gemaakt worden van ruwe olie, gebruikt worden in de productie en het transport van voedsel.

De geschiedenis toont aan dat er nare dingen gebeuren als voedselprijzen erg hoog zijn, onder meer rellen door ontevreden burgers. Dit is een belangrijke reden dat hoge olieprijzen tot conflict kunnen leiden.

Figuur 4 FAO voor inflatie aangepaste maandelijkse voedselprijsindex

5. Kwartaalgegevens van ruwe olie geven aan dat er maar weinig mogelijkheden zijn om de productie van ruwe olie te verhogen tot het niveau nodig om de wereldeconomie op het niveau van 2018 en 2019 te laten draaien.

Figuur 5 toont de ruwe olieproductie op kwartaalbasis onderverdeeld in vier groepen: OPEC, Amerika, Rusland, en “Alle andere landen”.

 

Figuur 5 Ruwe olieproductie op kwartaalbasis tot en met het eerste kwartaal van 2022. Hoeveelheden tot en met december 2021 zijn schattingen van EIA. De stijging van de OPEC-productie in het eerste kwartaal van 2022 is geschat op basis van het maandelijkse oliemarktrapport van OPEC, van april 2022. De Amerikaanse ruwe olieproductie voor het eerste kwartaal van 2022 is geschat op basis van voorlopige EIA-indicaties. De productie van Rusland en “Alle andere landen” in het eerste kwartaal van 2022 zijn geschat op basis van recente trends.

Figuur 5 laat vier sterk verschillende patronen zien in de historische groei van het ruwe olieaanbod. De categorie “Alle andere landen” is over het algemeen in een licht dalende trend in termen van aangeboden volume. Als de wereldproductie per persoon minimaal gelijk blijft, dan moet de totale productie van de andere drie groepen (OPEC, Amerika en Rusland) stijgen om deze afname te compenseren. Eigenlijk zou de productie van deze drie groepen voldoende moeten toenemen, zodat de totale productiegroei de bevolkingsgroei bijhoudt.

Russische ruwe olieproductie

De gegevens die ten grondslag liggen aan figuur 5 laten zien dat de ruwe olieproductie van Rusland tot de COVID beperkingen aan het toenemen was met 1,4% per jaar tussen begin 2005 en begin 2020. Gedurende dezelfde periode nam de wereldproductie toe met 1,2%. De Russische olieproductie heeft dus bijgedragen aan het (per capita) op niveau houden van de wereldproductie van ruwe olie. Rusland lijkt het grootste deel van de tijdelijke productiedaling, gerelateerd aan de COVID-beperkingen, alweer goed te hebben gemaakt tegen het eerste kwartaal van 2022.

Amerikaanse ruwe olieproductie

De groei in de Amerikaanse olieproductie is meer een situatie geweest van ‘feast or famine’. Dit kan worden gezien in zowel figuur 5 hierboven als figuur 6 hieronder.

Figuur 6 Amerikaanse ruwe olieproductie gebaseerd op EIA-gegevens. De hoeveelheid voor het eerste kwartaal van 2022 is geschat op basis van wekelijkse en maandelijkse EIA-indicaties.

De Amerikaanse olieproductie steeg snel tussen 2011 en 2014, toen de olieprijs hoog was (zie figuur 3). Toen de olieprijs eind 2014 neerwaarts ging, daalde de Amerikaanse olieproductie ongeveer twee jaar lang. De Amerikaanse olieproductie begon te stijgen in 2016 zodra de olieprijs weer toenam. Rond begin 2019, toen de olieprijzen weer lager waren, begon de Amerikaanse oliegroei ook af te zwakken.

Vroeg in 2020, zorgde de COVID-lockdowns voor een 15% daling van de ruwe olieproductie (op basis van kwartaalproductie), het meeste hiervan is nog niet goed gemaakt. In werkelijkheid is de groei na de lockdowns traag geweest, vergelijkbaar met het groeiniveau tijdens de “groeivertraging”, omcirkeld in figuur 6. Er zijn berichten die aangeven dat de sweet spots in de schalieformaties voor het grootste deel geboord zijn. Hierdoor zijn vooral alleen de boorgebieden met hoge exploitatiekosten over. Ook willen investeerders meer financiële discipline. Het sterk verhogen van de productie om daarna weer af te schalen, wordt niet als een juiste manier gezien om een succesvol bedrijf te runnen.

Ondanks dat de groei van de Amerikaanse olieproductie ondersteunend is geweest voor de wereldwijde productiegroei tussen 2009 en 2018, is het onmogelijk om dit patroon voort te zetten. Het zou extreem lastig worden om de olieproductie terug te brengen op het niveau van 12 miljoen vaten per dag, waar het was voor de COVID beperkingen. Verdere productiegroei, om in de groeiende behoeften van een toenemende wereldbevolking te voorzien, is waarschijnlijk onmogelijk.

OPEC ruwe olieproductie

Figuur 7 toont de EIA-schattingen van de ruwe olieproductie voor de totale groep landen die nu leden zijn van OPEC. Het laat ook de ruwe olieproductie zien, met uitzondering van de twee landen die recent aan sancties onderworpen zijn: Iran en Venezuela.

Figuur 7 Ruwe olieproductie van OPEC tot en met 31 december 2021, gebaseerd op EIA-gegevens. Schattingen voor het eerste kwartaal van 2022 zijn gebaseerd op indicaties uit het maandelijkse oliemarktrapport van OPEC, van april 2022.

Als Iran en Venezuela buiten beschouwing worden gelaten, is de lange termijn productie van OPEC verassend vlak. De piek productieperiode was het vierde kwartaal van 2018. Het vierde kwartaal van 2018 was de tijd dat OPEC-landen zo veel mogelijk ruwe olie produceerden. Dit deden zij met het doel een zo hoog mogelijk productiequotum vastgesteld krijgen voor na de geplande productiebeperkingen, die begin 2019 van kracht zouden worden.

Vreemd genoeg laten de EIA-gegevens vanaf begin 2019 zien dat de productie van deze groep landen, OPEC exclusief Iran en Venezuela, niet sterk daalde. De reductie in 2019 lijkt vooral de productie van Iran en Venezuela te hebben geraakt. Pas later, in de eerste drie kwartalen van 2020 – toen de COVID beperkingen de wereldwijde productie deden inzakken – daalde de ruwe olieproductie van OPEC, exclusief Iran en Venezuela, met 4 miljoen vaten per dag. De productie van deze groep begon daarna toe te nemen, maar produceert nu 900.000 vaten per dag minder dan vóór de lockdowns van 2020.

Het lijkt erop dat de productie van de groep OPEC-landen exclusief Iran en Venezuela, opgeschroefd kan worden met 900.000 vaten per dag. Maar dit is nog maar de vraag. Irak blijkt problemen te hebben met haar productie. Het land heeft meer investeringen nodig, anders zal de productie afnemen. Nigeria is voorbij de piek en kampt ook met productieproblemen. De hoge gerapporteerde ruwe oliereserves zijn betekenisloos; de vraag zou moeten zijn “Hoeveel meer kunnen deze landen produceren als het nodig is?” Het lijkt niet dat de productie sterk verhoogd kan worden. Daarnaast kan, om de bevolkingsgroei bij te houden, niet gerekend worden op aanhoudende lange termijn productiegroei in deze landen.

Figuur 8 Laat zien dat Iran de productie met mogelijk 1 miljoen vaten per dag kan verhogen, als de sancties worden opgeheven.

Venezuela lijkt een land wiens ruwe olieproductie al aan het dalen was voordat sancties werden opgelegd. De productiekosten daar waren waarschijnlijk fors hoger dan de wereldolieprijs. Ook heeft Venezuela olieschulden aan China die moeten worden terugbetaald. Op z’n best is te verwachten dat Venezuela de productie zou kunnen verhogen met 300.000 vaten per dag (bpd) als er geen sancties zouden zijn.

Worden de schattingen van potentiële olieproductieverhogingen samengevoegd, dan resulteert dat in:

  • OPEC excl. Iran en Venezuela: 900.000 bpd
  • Iran: 1.000.000 bpd
  • Venezuela: 300.000 bpd
  • Totaal: 2,2 miljoen bpd

Het tekort aan olieproductie in 2021 ten opzichte van de productie in 2018 is 5,9 miljoen bpd, zoals is beschreven in sectie [1]. Het volume van 2,2 miljoen vaten per dag die op basis van deze analyse mogelijk beschikbaar zijn, blijft ver achter bij het niveau van 2018. Daarnaast wordt het moeilijk om een stijging van de olieproductie te bewerkstelligen die nodig is om een toenemende wereldbevolking op het huidige consumptieniveau te voorzien van voldoende ruwe olie voor het aanbod van voedsel en industriële goederen.

6. Het elimineren of zelfs reduceren van de Russische olieproductie zal zeker een negatief effect hebben op de wereldeconomie.

Figuur 9 toont de stapsgewijze verlaging van ruwe olieproductie begin 2020 en laat zien dat het wereldaanbod van olie moeite heeft terug te komen op pre-COVID niveaus. Als de Russische ruwe olieproductie geëlimineerd wordt, zal dit een stap neerwaarts zijn van vergelijkbare omvang. Substantiële segmenten van de economie zouden dan verdwijnen.

Figuur 9. Ruwe olieproductie op kwartaalbasis tot en met het eerste kwartaal van 2022 gedeeld door schattingen van de wereldbevolking (VN-bevolkingsschattingen van 2019). De hoeveelheden ruwe olie tot en met december 2021 zijn EIA-schattingen. Ruwe olie productieschattingen voor het eerste kwartaal 2022 worden beschreven in het bijschrift onder figuur 5.

7. Als er niet voldoende olie beschikbaar is, is er het naïeve geloof dat olieprijzen zullen stijgen en dat er meer olie wordt gevonden, of dat er substituten komen. In werkelijkheid zal het leiden tot conflict en het opheffen van delen van de economie.

Onze zelf-organiserende economie zal zich moeten aanpassen aan een situatie met onvoldoende aanbod van ruwe olie. Mogelijk stort de economie zelfs geheel in, maar voordat dat gebeurt, zullen er veranderingen plaatshebben in een poging om de “beter functionerende” delen van de economie te behouden. Op deze manier kunnen delen van de wereldeconomie nog wat langer blijven functioneren terwijl de minder productieve delen afsterven. Onderstaande lijst geeft een aantal voorbeelden van manieren waarop de economie zou kunnen aanpassen:

Gevechten kunnen ontstaan over de laatst overgebleven olievoorraden. Dit kan een onderliggende reden zijn voor het conflict tussen NAVO en Rusland, met betrekking tot Oekraïne.

  • COVID-lockdowns reduceren indirect de vraag naar ruwe olie. Het is mogelijk dat de huidige lockdowns in China deels gericht zijn om te voorkomen dat de prijzen van olie en andere grondstoffen niet tot absurd hoge niveaus doorstijgen.
  • Een aantal organisaties zou kunnen verdwijnen van het wereldtoneel door onvoldoende financiering of gebrek aan winstgevendheid.
  • Er zullen waarschijnlijk meer aanbodketens breken, waardoor minder soorten goederen en diensten aangeboden kunnen worden.
  • De wereldeconomie zou opgedeeld kunnen worden in meerdere stukken, waarbij elk stuk nog maar een gelimiteerde range goederen en diensten kan aanbieden. Een verschuiving naar het gebruik van andere valuta dan de Amerikaanse dollar zou hiervan onderdeel kunnen zijn van deze opdeling.
  • De wereldpopulatie zou door een aantal oorzaken kunnen dalen, waaronder slechte voeding en epidemieën.
  • De armen, ouderen en gehandicapten zullen steeds meer worden uitgesloten van overheidsprogramma’s, wanneer de totale hoeveelheid goederen en diensten (inclusief het gehele voedselaanbod) naar een te laag niveau zakt.
  • Europa zou afgesloten kunnen worden van de Russische export van brandstoffen. Hierdoor is er relatief meer beschikbaar voor de rest van de wereld.

8. Conclusie: Er gaat waarschijnlijk een periode van conflict en verwarring aankomen door de manier waarop de zelf-organiserende economie zich gedraagt als er onvoldoende aanbod van ruwe olie beschikbaar is.

De boodschap van het belang van ruwe olie voor de wereldeconomie wordt uit de meeste schoolboeken weggelaten. In plaats daarvan worden ons creatieve mythen aangeleerd die diverse onderwerpen beslaan:

  • Grote hoeveelheden fossiele brandstoffen zullen in de toekomst beschikbaar zijn
  • Klimaatverandering is het grootste probleem
  • Wind en zon zullen ons redden
  • Een snelle transitie naar een volledig elektrische economie is mogelijk
  • Elektrische auto’s zijn de toekomst
  • De economie zal eeuwig groeien

Momenteel is er een serieus tekort aan ruwe olie. Er kunnen nieuwe problemen verwacht worden, waaronder veel meer conflicten. Oorlogen zijn waarschijnlijk. Wanbetalingen ook. Politieke partijen zullen steeds sterker afwijkende posities innemen met betrekking tot het omgaan met de huidige problemen. Nieuwsmedia zullen in toenemende mate het verhaal vertellen dat hun eigenaren en adverteerders verteld willen hebben, met weinig oog voor de werkelijke situatie.

Bron: Tverberg: The World Has a Major Crude Oil Problem; Expect Conflict Ahead