Liander sluit eerste 30 klanten aan op spitsstrook stroomnet, Enexis heeft vluchtstrook al volgeboekt.

De spitsstrook van het Nederlandse stroomnet werd begin dit jaar vrijgegeven. Uit een rondgang van Solar Magazine blijkt dat de netbeheerders momenteel snel progressie boeken bij het in gebruik nemen van de reservecapaciteit. Liander heeft 30 klanten een aansluiting op de vluchtstrook toegezegd – waarvan er al 20 daadwerkelijk aangesloten zijn – en Enexis heeft zelfs alle reservecapaciteit al vergeven. Stedin sluit tot slot in 2023 de eerste 2 klanten op de vluchtstrook aan.

Het gebruik van de vluchtstrook was één van de 6 kortetermijnoplossingen die toenmalig minister Wiebes in de zomer van 2019 presenteerde om de problemen met het steeds voller wordende elektriciteitsnet het hoofd te bieden. Op 1 januari 2021 was de vrijgave een feit en sindsdien hebben de netbeheerders de hand aan de ploeg geslagen.

In praktijk veel hoger

Doordat de netbeheerders de storingsreserve vermogen loslaten, hoeven zij minder transportbeperkingen op te leggen. Bij storings- en onderhoudssituaties wordt de zon- of windinstallatie namelijk tijdelijk afgeschakeld, zodat de leveringszekerheid voor andere netgebruikers onveranderd hoog blijft. Waar eerder nog uitgegaan werd van tot 3 gigawatt extra aansluitmogelijkheden voor duurzame-energiesystemen, blijkt dat in de praktijk veel hoger te zijn. Zo heeft netbeheerder Liander – actief in de provincies Gelderland, Flevoland, Friesland, Noord- en Zuid-Holland – in potentie 4.000 megawatt extra transformatorcapaciteit beschikbaar. ‘Maar het is inmiddels duidelijk dat deze capaciteit in de praktijk minder zal zijn, onder meer door onze afhankelijkheid van de capaciteit van TenneT. Zo heeft TenneT aangegeven dat voor Friesland, de Flevopolder en Gelderland het stroomnet de maximale capaciteit heeft bereikt. In die gebieden worden momenteel de mogelijkheden van congestiemanagement onderzocht. Daarom kan in die gebieden nu niet verder worden ingezet op extra gebruik van de vluchtstrookgebruik.’

670 megawatt

Peter Hofland, woordvoerder bij Liander, wijst verder op technische beperkingen en omgevingseisen zoals geluidsoverlast die het gebruik van de reservecapaciteit bemoeilijken. ‘Bovendien moeten we non-discriminatoir handelen – onderscheid tussen klanten is in zijn geheel niet toegestaan – en mogen we geen compensatie toekennen.’ Wanneer alle reservecapaciteit vergeven zal zijn, is volgens Hofland bovendien lastig te voorspellen. ‘We hebben inmiddels 30 klanten toegezegd om zonne-energie terug te mogen leveren via de vluchtstrook. Het gaat in totaal om een vermogen van 670 megawatt. Ruim 20 van de 30 klanten zijn inmiddels aangesloten en in de komende periode volgt het restant.’

Opnieuw aan de grens

Han Slootweg, directeur Assetmanagement bij netbeheerder Enexis, stelt dat zijn organisatie inmiddels vrijwel alle beschikbare reservecapaciteit toegezegd heeft aan klanten. ‘Die hebben van ons een offerte ontvangen, omdat ze bovenaan de wachtlijst stonden. De ervaring leert dat de meeste klanten wanneer zij van ons een offerte krijgen, opdracht verlenen voor de realisatie van hun netaansluiting en daarmee een claim op de netcapaciteit leggen. Links of rechts zal er heus wel een offerte zijn die niet tot een opdracht leidt, waarna wij de volgende partij op de wachtlijst een offerte zullen sturen. Heel veel meer capaciteit komt er echter niet meer beschikbaar. Wat ergens ook wel logisch is, want het inzetten van de vluchtstrook als spitsstrook werkt maar 1 keer. Als hij ingezet is, zit je opnieuw aan de grens.’

Slootweg stelt dat in het verzorgingsgebied van Enexis – de provincies Groningen, Drenthe, Overijssel, Noord-Brabant en Limburg – door het vrijgeven van de vluchtstrook is tot 1 gigawatt extra transportcapaciteit beschikbaar. ‘Het gaat daarbij om enkele tientallen klanten. Het exacte aantal is lastig te bepalen, omdat wij klanten die aan de kop van de wachtlijst staan voortdurend aanbiedingen doen voor een netaansluiting. We registreren niet per geval of deze aanbieding voortkomt uit het beschikbaar komen van de vluchtstroken, de voortdurende netuitbreidingen die we realiseren of als gevolg van de groei van het verbruik. Want ook dat laatste geeft weer extra aansluitmogelijkheden voor producenten van duurzame energie.’

Afhankelijk van TenneT

Netwerkbedrijf Stedin – via Stedin actief in Zuid-Holland en Utrecht en via Enduris in Zeeland – meldt ook vorderingen te maken bij de ingebruikname van de reservecapaciteit.

‘Wel zijn we als regionale netbeheerder sterk afhankelijk van de capaciteit bij landelijk hoogspanningsnetbeheerder TenneT’, stelt woordvoerder Koen de Lange. ‘Op 2 locaties in ons gebied zijn er concrete plannen voor het transporteren van duurzaam opgewekte elektriciteit naar het landelijke hoogspanningsnet van TenneT. De verwachting is dat er in 2023 circa 60 megawatt over de vluchtstroken kan worden getransporteerd, wat voor deze locaties daarna gezamenlijk tot bijna 200 megawatt kan doorgroeien. Om de vluchtstrook bij deze locaties in te kunnen zetten, plaatsen wij nieuwe middenspanningsschakelaars en moet TenneT het stroomnet uitbreiden.’

De Lange legt uit dat wanneer duurzame-energiecentrales zoals wind- en zonneparken de vluchtstrook gebruiken, die capaciteit in het geval van een storing, zo snel mogelijk vrij moet worden gemaakt. ‘Dit betekent dat er het nodige aan techniek moet worden geïnstalleerd in het stroomnet zoals metingen, besturing en eventuele schakelaars. Daarnaast moeten er goede afspraken worden gemaakt tussen de duurzame opwekker en de netbeheerder. Het is niet altijd wenselijk dat bijvoorbeeld een wind- of zonnepark plotseling volledig van het stroomnet wordt gehaald. Dat kan interne processen verstoren. Kortom, om de vluchtstrook goed te kunnen gebruiken, is een goede voorbereiding en samenwerking tussen de duurzame opwekkers en de netbeheerder noodzakelijk. Dat vergt soms wat tijd.’

Reservecapaciteit middenspanningsnet

Ook bij Stedin is het aantal congestiegebieden in 2021 toegenomen. Zo meldde het afgelopen oktober dat het stroomnet in Utrecht vol is, net als dat het al eerder deed voor bedrijventerrein Dordtse Kil in Zuid-Holland en het eiland Schouwen-Duiveland in Zeeland. De Lange stelt dat Stedin daarom nu al gebruikmaakt van de reservecapaciteit van het middenspanningsnet voor het transporteren van duurzaam opgewekte energie. ‘Dit gebeurt onder andere in de congestiegebieden Schouwen-Duiveland/Tholen, Middelharnis en Dordtse Kil. Verder kijken we samen met  ondernemers naar de mogelijkheden in de Europoort.’

Aantal weken werk

Slootweg bevestigt dat netbeheerders een flink aantal handelingen moeten verrichten alvorens zij reservecapaciteit in gebruik kunnen nemen. ‘De elektronische systemen van het stroomnet voor bewaking, besturing en beveiliging moeten we aanpassen met als doel ervoor te zorgen dat de vluchtstrook beschikbaar komt voor producenten, maar zonder dat dit de betrouwbaarheid van afnemers negatief beïnvloedt. Dit vergt dat deze bewakings-, beveiligings- en besturingssystemen onderscheid kunnen maken tussen invoedende klanten – die geen beroep kunnen doen op de vluchtstrook bij problemen – en verbruikende klanten, die bij problemen wel een beroep kunnen doen op de vluchtstrook.’

Dit onderscheid hoefden de netbeheerders voor de vrijgave van de spitsstrook immers niet te maken. ‘Het wel kunnen maken van dit onderscheid vergt aanpassingen die per situatie een aantal weken werk vergen. Wij kunnen dit en weten hoe het moet, maar wel moet dat allemaal naast al het andere werk gebeuren dat wij ook moeten doen. ‘Daarnaast moet de daadwerkelijke capaciteit van de vluchtstrook nauwkeurig technisch onderzocht worden’, vult Hofland aan. ‘De hoofdrijbaan en de vluchtstrook werden vroeger nooit tegelijk opengezet, maar beïnvloeden elkaar wel. Op de weg gebeurt dat ook. Als de spitsstrook opengaat, dan wordt de snelheid ook beperkt. De thermische beïnvloeding van een extra transformatorcircuit in bedrijf moet onderzocht worden om ook de leveringszekerheid van de vele bestaande klanten op de hoofdrijbaan te kunnen blijven garanderen.

Dit betekent soms dat de reservetransformator niet maximaal ingezet kan worden of dat componenten verzwaard dienen te worden. Daarnaast moeten er ook voldoende aansluitmogelijkheden zijn om de capaciteit van de vluchtstrook te kunnen benutten. Daarvoor zetten we waar nodig ook e-houses in. Tot slot is er zoals gezegd een zeer grote afhankelijkheid van de capaciteit bij TenneT.’

Bron: Solar Magazine december 2021